Sponsor

rdsm

Interpretatie Flow-Volume Curve

Nadat men zich ervan heeft vergewist dat de test goed werd uitgevoerd en men minstens 2 reproduceerbare flow-volume curves heeft, kan men overgaan tot de interpretatie van de curves.

We beperken ons tot de interpretatie van de belangrijkste test (de geforceerde vitale capaciteit) en tot de belangrijkste aandoeningen: obstructief longlijden en restrictief longlijden. We halen ook kort de typische vorm van de curve aan bij gevallen van hoge luchtwegobstructie.

Normale Spirometrie

Een normale flow-volume curve heeft een typische vorm. De punten op de grafiek zijn de voorspelde waarden voor respectievelijk PEF, FEF25, FEF50, FEF75 en FVC.

flow_volume

Een normale volume-tijd curve:

volume-tijd

Het punt op de grafiek stelt de voorspelde waarde voor van de éénsecondewaarde.

Obstructief Longlijden

Bij obstructief longlijden zijn de kleine luchtwegen gedeeltelijk versperd door een pathologische aandoening. De meest voorkomende vormen zijn asthma en COPD.

Een patiënt met een obstructief longlijden heeft typisch een concave of naar beneden gebogen curve.

obstructie
Flow-volume curve bij obstructief longlijden:
concave curve, FEF25-75 verlaagd, FVC normaal

De lucht uit de bovenste luchtwegen kan meestal ongehinderd naar buiten: daarom kan de PEF (Peak Expiratory Flow - piekflow) doorgaans normaal zijn.

Als alle lucht uit de hogere luchtwegen is geblazen komt de lucht uit de kleinere luchtwegen. Bij een obstructief longlijden zijn deze gedeeltelijk versperd zodat de lucht trager naar buiten komt: de lucht moet door een kleinere opening geblazen worden, als het ware door een rietje.

Voor dit deel van de luchtwegen heeft de patiënt bijgevolg een lager debiet, hetgeen zich uit in een te scherpe daling van de flow-volume curve en een verlaging van de parameters FEV1 (éénseconde waarde) en FEF25-75.

In vele gevallen heeft de patiënt ook nog een normaal longvolume zodat zijn FVC binnen de normale waarden valt.

Door zijn aandoening zal de patiënt echter veel langer dan normaal uitblazen (FET - Forced Expiratory Time - is verhoogd), gezien het lagere debiet en het dikwijls gelijke volume.

obstructie
Volume-tijd curve bij obstructief longlijden: FEV1 te laag, FET verlengd

Een Tiffeneau index (FEV1/FVC x 100) van minder dan 70% is zeer suggestief voor een obstructief longlijden.

Een bronchodilator test zal nodig zijn om een meer exacte diagnose toe te laten.

Restrictief Longlijden

Bij een restrictief longlijden is het totale longvolume gedaald. Hoewel een spirometrie geen uitsluitsel kan geven van restrictie - het residuële volume kan met een spirometer immers niet gemeten worden - kan het wel een sterke aanwijzing van restrictie zijn.

Aangezien de luchtwegen in goede staat verkeren zal de vorm van de flow-volume curve normaal lijken: de curve gaat van het hoogste punt (PEF) in een rechte lijn naar de X-as.

restrictie
Flow-volume curve bij restricief longlijden:
vorm normaal, FVC verlaagd

Het totale longvolume is echter te laag, hetgeen zich uit in een verminderde FVC. De PEF kan normaal of verlaagd zijn.

De éénseconde kan evenredig met de FVC verlaagd zijn of in sommige gevallen zelfs dezelfde gebleven zijn. De Tiffeneau index is bijgevolg normaal of kan eventueel zelfs verhoogd zijn.

volume-tijd_restrictie
Volume-tijd curve bij restrictief longlijden:
FEV1 te laag, FET normaal

Gemengd Longlijden

Veel patiënten vertonen zowel tekens van obstructief als van restrictief longlijden. De flow-volume curve vertoont kenmerken van beide syndromen.

mixed
Volume tijd curve bij gemengd longlijden:
FVC, FEV1 en FEF25-75 te laag

Hoge Luchtweg Obstructie

Hoge luchtwegobstructies zijn veel zeldzamer dan obstructieve en restrictieve syndromen.

We onderscheiden 3 vormen van hoge luchtwegobstructie:

Variabele Extra-Thoracale Obstructie

Er bevindt zich een obstructie buiten de thorax. Voorbeelden zijn stembandparalyse, extrathoracale goiter en larynxtumor.

De expiratoire curve is meestal normaal omdat de obstructie wordt weggeduwd door de kracht van de expiratie.

Bij inspireren wordt de obstructie echter aangezogen in de trachea met gedeeltelijke obstructie tot gevolg. De inspiratoire curve is dan ook afgeplat.

obstructionExtraThoracique

Variabele Intra-Thoracale Obstructie

Dit is de omgekeerde situatie van de variabele extrathoracale obstructie.

De obstructie wordt tegen het intrathoracale deel van de trachea geduwd door de kracht van de expiratie. Dit geeft een gedeeltelijke obstructie van de trachea en een afplatting van de curve.

Tijdens de inspiratie worden alle intrathoracale weefsels naar buiten getrokken door het uitzetten van de thorax. Dit heft de obstructie op en de inspiratoire curve verloopt normaal.

Meestal gaat het hier om een sessiele tracheatumor.

obstructionIntraThoracique

Gefixeerde Obstructie

De flow-volume curve is afgeplat, zowel bij de inspiratie als bij de expiratie.

Voorbeelden zijn tracheastenose na intubatie en een circulaire tracheatumor.

extrathoracale obstructie
De curve heeft een typische afgeplatte vorm bij gefixeerde luchtwegobstructie