rdsm

Kwaliteitsbeoordeling van de Spirometrie Curve

Na een spirometrietest moet men zich er eerst van vergewissen dat de test goed is uitgevoerd alvorens te kunnen overgaan tot de interpretatie.

De belangrijkste punten voor de kwaliteitsbeoordeling zijn vast te stellen aan de hand van de vorm van de flow-volume curve: een goed uitgevoerde test heeft de typische vorm van een spirometrie curve: beginnend op het snijpunt van de assen en snel stijgend tot een maximum om daarna in een rechte lijn te dalen tot het nulpunt op de Y-as. Idealiter zal er na de geforceerde expiratie een volledige inspiratie volgen om tot een gesloten curve te komen.

normaleFlowVolume
goede kwaliteit: typische vorm
inspiratie=expiratie

Een frequent voorkomende variatie op de normale curve is de zogenaamde 'schouder': een uitstulping naar buiten toe, hoog op de curve.

FlowVolume_schouder
de 'schouder' is een normale variatie

Reproduceerbaarheid

Om zeker te zijn dat de patiënt tot het uiterste is gegaan en de testwaarden dus de maximale waarden zijn voor de patiënt moet hij minstens 2 maal blazen in de spirometer. Indien beide testen reproduceerbaar zijn, kan men met vrij grote zekerheid zeggen dat de patiënt niet beter kan en dat het de maximale waarden betreft. Het is namelijk zeer moeilijk om reproduceerbare resultaten neer te zetten zonder tot het uiterste te gaan.

De reproduceerbaarheid wordt berekend aan de hand van 3 parameters: de piekflow (PEF), de geforceerde vitale capaciteit (FVC) en de éénseconde waarde (FEV1). Indien het verschil tussen 2 testen meer dan 5% bedraagt voor de FEV1 of de FVC of meer dan 10% voor de PEF moet de patiënt opnieuw blazen. Dit wordt herhaald tot er 2 testen zijn die reproduceerbaar zijn (in de praktijk stopt men na maximaal 8 pogingen).

Zelfs indien de patiënt schijnbaar normale waarden vertoont, maar geen reproduceerbare testen heeft geblazen, is het toch van belang om hem verder te laten blazen tot er 2 reproduceerbare testen zijn.
Indien men niet zeker is dat de geblazen waarden de exacte (beste) spirometrie waarden zijn, kan men de evolutie in de tijd van de patiënt niet volgen: deze wordt namelijk beoordeelt ahv de vorige testen van de patiënt en niet ahv de voorspelde waarden. Een gezonde patiënt verliest niet meer dan 25ml FEV1 per jaar.

Veel Voorkomende Fouten

Een spirometrie test is geen eenvoudige test die de patiënt gemakkelijk tot een goed einde kan brengen. Fouten komen dan ook veelvuldig voor, zeker bij onervaren patiënten.

Volgende fouten zijn allemaal redenen om een test te verwerpen en de patiënt de test te laten herhalen.

Hoesten

Veel patiënten krijgen een hoestreflex tijdens de geforceerde uitademing. Door het sluiten van de glottis tijdens het hoesten valt het debiet naar nul om plots terug te stijgen.

FlowVolume_hoest
hoesten tijdens de geforceerde expiratie:
de curve wordt onderbroken door het stilvallen van de flow

Te Trage Expiratie

Het hoogste punt van de test (de piekflow) moet tijdens de eerste 100 milliseconden van de test bereikt worden. Indien dit niet het geval is, heeft de patiënt niet snel genoeg uitgeblazen. Dit wordt gekenmerkt door een te trage stijging van de curve aan het begin van de test.

Dit kan gepaard gaan met een knik in de stijgende lijn van de curve: de patiënt 'aarzelde'.

knikCurve
te trage start van de curve:
de piekflow valt na meer dan 100 milliseconden en
er zit een knik in het stijgende deel van de curve

Een ander voorbeeld van een patiënt die niet correct heeft geblazen: er is duidelijk een knik te zien in het begin van het maneuver, waar de patiënt aarzelde:

aarzeling
patiënt aarzelde bij het begin van de test

Onvolledige Expiratie

Voor een correcte uitvoering van een spirometrie test moeten de longen volledig geledigd worden. Indien een patiënt niet tot het uiterste gaat zal het rechtse uiteinde van de curve plots naar beneden duiken. Het totale uitgeblazen volume wordt aldus onderschat.

onvolledigeExpiratie
onvolledige expiratie:
voor het einde van de expiratie begint de inspiratie;
de curve is 'afgekapt'

Inspiratie Groter Dan Expiratie

Het belang van een tweede volledige inspiratie aan het einde van de expiratie ligt in de controle van de test: indien de patiënt een groter volume inademt dan hij uitademde weet men dat de longen niet optimaal gevuld waren aan het begin van de test. Het einde van de curve ligt links van de Y-as.

Een verschil van 5% tussen inspiratie en expiratie wordt toegestaan.

OnvolledigeExpiratie
de patiënt vulde de longen niet volledig aan het begin van de test:
de inspiratie is groter dan de expiratie

Expiratie Te Kort

Op de volume-tijd curve kan men beoordelen of de patiënt lang genoeg heeft uitgeademd. Volgens de regels van de American Thoracic Society (ATS) moet een patiënt minstens 6 seconden uitblazen. Gezonde patiënten zullen dit echter niet altijd kunnen, zodat men meestal tevreden is met een minimum van 3 seconden.

TeKort
de patiënt heeft minder dan 2 seconden uitgeblazen
de test moet herhaald worden

Pas indien men er zeker van is dat er geen van deze fouten aanwezig zijn, kan men overgaan tot de interpretatie van de test.