Geschiedenis van Respiratoire Fysiologie

Tekst overgenomen uit het boek Geschiedenis van de geneeskunde

Tot aan de tijd van Harvey (1578 - 1657) dacht men dat de ademhaling diende om het hart af te koelen voor de produktie van vitale krachten in het juiste ventrikel. Hoewel Harvey aantoonde dat het bloed in de longen veranderde van aderlijk in slagaderlijk bloed, was de basis van die verandering onbekend. Het duurde jaren voor de functie van de ademhaling opgehelderd werd, maar toch was er in de 17de eeuw een aanzienlijke vooruitgang in het begrip van het proces. Boyles experimenten bewezen dat de verbranding van een kaars en het leven van een dier beide van lucht afhankelijk waren.

Robert Hooke (1635- 1705) bewees dat een dier ook zonder borstbewegingen kon blijven leven, als er maar lucht in de longen gepompt werd. Richard Lower (1631- 1691), de eerste die rechtstreeks een bloedtransfusie deed, bewees dat het kleurverschil tussen aderlijk en slagaderlijk bloed een gevolg was van het contact met lucht in de longen. John Mayow (1640 - 1679) toonde aan dat dit rood-worden van aderlijk bloed gebeurde, omdat er iets opgenomen werd uit de lucht. Hij kwam dicht bij het besef dat ademhaling een kwestie is van uitwisseling van gassen tussen de lucht en het bloed, want hij dacht dat de lucht "nitro-arteriële kracht" afstond en dampen opnam, die door het bloed werden afgestaan.

Op het einde van de 18de eeuw werd er meer begrepen van de fysiologie van de ademhaling, gestimuleerd door een opwindende vooruitgang in de kennis van de samenstelling van de lucht. De isolatie van zuurstof door Karl Wilhelm Scheele (1742-86) en Joseph Priestley (1733 - 1804), leidde tot de verdwijning van de flogistontheorie, die de aanwezigheid van een speciale stof in brandbare materialen verondersteld had, een stof die bij verbranding aan de lucht werd afgestaan. Antoine-Laurent Lavoisier (1743-94) herhaalde vele proeven van Priestley, maar toonde een beter begrip voor de resultaten ervan. Terwijl Priestley hardnekkig aan de flogistonhypothese bleef vasthouden, bewees Lavoisier de onjuistheid daarvan door zeer nauwkeurige metingen.

Aan de substantie in de lucht die verantwoordelijk was voor de verbranding, gaf hij de naam "zuurstof", en hij besefte zelfs dat de ademhaling noodzakelijk was voor het proces dat wij de verbranding in de weefsels noemen. De man die een voorstander was geweest van voldoende woonruimte voor de bevolking opdat de mensen voldoende zuurstof zouden kunnen krijgen, werd in de nasleep van de Franse Revolutie onder de guillotine ter dood gebracht door hen, naar wier welzijn hij gestreefd had.

Na verloop van tijd bracht zijn demonstratie van de rol van zuurstof bij verbranding, een revolutie teweeg in de chemie.

Get it on Google Play
rdsm