Geschiedenis van de Spirometrie

De onderstaande tijdtabel is een vertaling van het artikel A short history of spirometry and lung function tests en werd overgenomen met toestemming van de auteur.

Kijk ook eens naar deze uitgebreide geschiedenis van de spirometrie .

129-200 vC Galenus doet een volumetrisch experiment over humane ventilatie. Hij vindt dat het in- en uitgeademde volume niet verandert.
Hij doet geen volumetrische metingen.
spirometrie
1681 Borelli probeert het volume ingeademende lucht te meten. Hij doet dit door een vloeistof in een cylinder op te zuigen.
1718 Jurin J. blaast lucht in een blaas en meet het luchtvolume in de blaas volgens de principes van Archimedes. Hij meet 650 ml tidaal volume en maximale expiratie van 3610 ml
1727 Hales St. bevestigt de resultaten van Jurin. Zijn meetmethode is onbekend.
1749 Bernouilli D. beschrijft een methode om uitgeademende lucht te meten
1788 Goodwyn E. zuigt water in een 'pneumatisch vat'. Hij stelt dat de vitale capaciteit tot 4460 ml kan bedragen. Hij corrigeert de metingen naar de temperatuur, maar gebruikt geen neusklem.
1793 Abernethy probeert vast te stellen hoeveel zuurstof er aan de uitgeademde lucht ontrokken wordt.
Abernethy meet een vitale capaciteit van 3150 ml.
1796 Menzies R. dompelt een man onder in water in een okshoofd (ton met bepaalde inhoud) tot aan de kin. Hij meet het stijgen en dalen van het niveau in de cyminder rond de kin. Met deze vorm van lichaamsplethysmografie kan hij het tidale volume vaststellen.
1799 Pepys W.H. jun. vond een tidaal volume van 270 ml door gebruik te maken van twee kwik gashouders en een water gashouder.
1800 Davy H. meet zijn eigen vitale capaciteit van 3110 ml, zijn tidaal volume van 210 ml met een gashouder en zijn residueel volume van 590-600 ml door de waterstof dilutie methode
1813 Kentish E. gebruikt een simpele 'Pulmometer' om de ventilatoire volumes bij ziekte vast te stellen. Een omgekeerde bel in water met ingang aan de top, gecontroleerd door een kraan en met graduaties aan de zijkant per 'pint'.
1831 Thrackrah C.T. beschrijft een 'Pulmometer' gelijkaardig aan die van Kentish, maar lcht komt via een glazen stolp langs beneden binnen. Er is nog geen correctie voor druk, zodat de machine niet enkel respiratoire volumes meet, maar ook de kracht van de exspiratoire spieren.
1844 Maddock, A.B. publiceert in de Lancet een brief aan de redacteur over zijn 'Pulmometer', "die ik [Maddock] extreem nuttig vond om de kracht van de longen in verschillende omstandigheden vast te stellen..."
" ... Het principe van de machine was eerst  voorgesteld door Mijnheer Abernethy zaliger".
Maddock vermlede Thrackrah en Kentish niet.
1845 Vierordt publiceert zijn boek 'Physiologie des Athmens mit besonderer Rücksicht auf die Auscheidung der Kohlensäure'. Hoewel Vierordts' grootste interesse ligt in de vaststelling van uitgeademde gassen, doet hij reeds zeer exacte vaststellingen van volumetrische parameters.
Voor zijn experimenten gebruikt hij een 'Expirator'. Vierordt gebruikt al enkele parameters die vandaag nog steeds gebruikt worden in de moderne spirometrie, zoals het residuele volume ('Rückständige Luft'), vitale capaciteit ('vitales Atmungsvermögen'), expiratoire reservevolume ('zurückbehaltene Luft'), tidaal volume ('Atmungsluft'), inspiratoire reservevolume ('Ergänzungsluft')
1852 (1844) Hutchinson, John publiceert zijn artikel over zijn water spirometer zoals die vandaag nog steeds gebruikt wordt, met slechts kleine aanpassingen (de belangrijkste hedendaagse aanpassingen zijn het toevoegen van grafische en tijdopname toestellen en het terugbrengen van het gewicht van de bel).
Hutchinson neemt de vitale capaciteit op van meer dan 4000 personen van alle standen, rangen, geslachten en lengtes.
Hij toont een lineair verband aan tussen vitale capaciteit en lengte en toont ook aan dat er geen relatie is tussen vitale capaciteit en gewicht voor eender welke lengte.
Hutchinson begin zijn werk met spirometers reeds in 1844.
1854 Wintrich ontwikkelt een aangepaste spirometer die gemakkelijker te gebruiken was dan de' spirometer van Hutchinson.
Wintrich onderzoekt ongeveer 4000 personen met zijn spirometer, waarvan 500 pathologische gevallen. Hij besluit dat er 3 parameters de vitale capaciteit beïnvloeden: lichaamslengte, gewicht en leeftijd.
1859 Smith E. ontwikkelt een draagbare spirometer en probeert het gas metabolisme te meten.
1866 Salter voegt een kymograaf toe aan de spirometer om tijd en volume weer te geven.
1868 Bert P.introduceert de totale lichaams plethysmografie. Hij doet experimenten met dieren in een gesloten plethysmografisch systeem.
Hij presenteert zijn studies aan de 'Société de Biologie' onder de titel 'Changement de pression de l'air dans un poumon pendant les deux temps de l'acte respiratoire' ['Veranderingen in de druk van de lucht in de longen tijdens de twee periodes van de respiratie'].
Hij doet geen spirometrische metingen samen met plethysmografie en hij doet geen testen op mensen.
 
longenwindzucht
1879 Gad J. publiceert een artikel over de 'Pneumatograaf', die toelaat om naast de reeds bekende parameters van het spirometrisch onderzoek, ook de veranderingen in volume van de thorax tijdens in- en uitademen te registreren.
Gad doet eerst uitgebreid onderzoek van zijn pneumatograaf op een konijn voor hij testen doet met mensen.
Gad suggereert een nieuwe naam voor zijn Pneumatograaf: 'Aeroplethysmograph'.
1883 Speck C. ontwikkelt een ergometer genaamd de 'ergostat'
1896 Bouny E. doet studies met de eerste fiets ergometer
1902 Brodie T.G. is de eerste die het droge blaasbalg spirometer gebruikt, de voorganger van de Fleish spirometer
1904 Tissot introduceert een gesloten circuit spirometer
1929 Knipping H.W. introduceert een gestandardiseerde methode voor ergospirometrie.
1959 Wright B.M. en McKerrow C.B. introduceren de peak flow meter
1969 DuBois A.B. en van de Woestijne K.P. presenteren de volledige lichaamsplethysmografie op mensen
1974 Campbell et al presenteren een goedkope en lichte peak flow meter
Get it on Google Play
rdsm